Blog

Vijf mythes over zelfrijdende auto’s

De zelfrijdende auto is hot, maar over deze nieuwe ontwikkeling doen veel fabeltjes de ronde. Je hoort regelmatig dat zelfstandige auto’s een oplossing zijn voor het fileprobleem en dat ze milieuvriendelijker zijn dan personenauto’s. Kloppen die beweringen wel? Voormalig BP-topman John Browne gaf onlangs in Washington Post zijn kijk op vijf mythes over de zelfrijdende auto. Wij zetten ze voor je op een rij.



Mythe 1: De zelfrijdende auto is beter voor het milieu

Een veelvoorkomend misverstand is dat mensen zelfrijdende auto’s associëren met elektrische auto’s. Dat is niet terecht, want ook auto’s op fossiele brandstof kunnen autonoom zijn. Deze zijn dus niet per definitie beter voor het milieu. En zelfs als een groot deel van de zelfstandige auto’s elektrisch is, dan is nog maar de vraag hoe die elektriciteit werd opgewekt. Komt deze van steenkool, gas, wind of zonne-energie? Kortom, je kunt niet zomaar vaststellen wat de invloed van zelfrijdende auto’s is op het milieu. KPMG schat dat de afstand die we dagelijks met de auto afleggen zal stijgen van 2,8 miljard mijl nu naar 4,5 miljard mijl in 2040. Autonome auto’s kunnen vervoer namelijk makkelijker en goedkoper maken. In dat geval is de impact op het milieu zelfs groter, omdat we meer kilometers maken.

 

Mythe 2: Zelfrijdende auto’s zijn nu al veiliger dan menselijke bestuurders

Volgens Tesla zijn auto’s met Autopilot-systeem statistisch gezien minder vaak betrokken bij ongelukken dan personenauto’s. Autonome auto’s hebben echter nog lang niet genoeg kilometers gemaakt om een goede vergelijking te maken met personenauto’s. Bovendien kun je je afvragen of de maatschappij wel klaar is voor veilige, autonome auto’s. Bij testritten zijn al bestuurders en voetgangers omgekomen. Zo lang er een kleine kans is op een ongeluk met een automatisch voertuig, zullen mensen altijd een stukje wantrouw houden. Kijk maar naar de luchtvaart, waar de ophef groot was toen aan het licht kwam dat twee vliegtuigen van het type Boeing 737 Max zijn neergestort door een softwarefout.

 

Mythe 3: Door de zelfrijdende auto zijn er op termijn geen verzekeringen meer

Het speerpunt van de zelfrijdende auto is dat er geen menselijke fouten meer gemaakt kunnen worden. Voor autoverzekeraars is dat geen goed nieuws. KPMG schat dat de autoverzekeringsmarkt in 2050 al met 60% gekrompen is. Autorijden zal echter altijd een zeker risico houden. Bovendien komen er met zelfrijdende auto’s nieuwe risico’s bij: deze zijn bijvoorbeeld een stuk gevoeliger voor hackers dan de normale personenauto’s. En ook een computer kan crashen en schade aanrichten. Autoverzekeringen zullen daarom nooit helemaal verdwijnen.

 

Mythe 4: Door autonome auto’s zijn er straks minder privéauto’s 

Volgens KPMG hebben huishoudens over een paar jaar minder auto’s voor de deur staan dan nu het geval is. Mensen kiezen er in de toekomst liever voor om een zelfrijdende auto op te roepen als ze er een nodig hebben, verwacht KPMG. Als een soort taxi dus. Toch is momenteel de voorkeur nog duidelijk om een eigen auto te hebben klaarstaan. Een auto die ieder moment gebruikt kan worden op een manier die jij zelf prettig vindt. Voorlopig is het scenario van KPMG dus nog niet aan de orde. 

 

Mythe 5: Zelfrijdende auto’s zijn een oplossing voor het fileprobleem

Overvolle straten zijn verleden tijd als er straks alleen nog maar autonome auto’s rondrijden. Althans, in theorie. Als we niet ingrijpen, kunnen ze de verkeerssituatie juist verergeren. Denk bijvoorbeeld eens aan parkeren, wat in de binnenstad van grote steden erg duur is. Hoe makkelijk is het dan om uit te stappen, je auto te laten cruisen en deze weer op te pikken als je hem nodig hebt. Niet erg goed voor de doorstroming. Bovendien blijkt uit onderzoek dat mensen liever de zelfrijdende auto nemen dan openbaar vervoer. In dat geval komen er juist méér auto’s op de weg en worden de straten alsnog voller.